De hal dient als speelruimte voor het kind; in de hoge kast kan speelgoed en andere spullen worden opgeborgen. Omdat er ook fietsen moeten worden gestald is de lattenwand opgetrokken. Deze is aan de onderkant nagenoeg gesloten om de fietsen aan het zicht te onttrekken en naar boven toe bijna helemaal open om zoveel mogelijk licht door te laten. De wanden van de toiletruimte zijn ver naar boven doorgezet en heeft aan één kant houten kaders, dit om het gevoel van ruimtelijkheid te behouden. In het toilet zit een transparant plafond van verschillende platen gekleurd perspex, waarboven een lamp hang die in de zelfde vormtaal is doorgezet. De lamp straal naar beneden toe wit licht uit en naar boven toe rood licht. Aan de kopse kant van het toiletblok is een garderobekast gecreëerd. De deuren zijn gemaakt van wit gebeitste vuren latten.